In een uitspraak van woensdag 15 april 2026 komt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tot het oordeel dat met het enkel toepassen van zijn Damoclesbeleid de burgemeester van Gemeente Heerlen onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een sluiting van een woning twaalf maanden noodzakelijk is.
Kort en goed volgt uit het Damoclesbeleid dat de enkele vondst van harddrugs die de toegestane hoeveelheid overschrijdt, voldoende is om handhavend op te treden en bij een eerste overtreding de woning te sluiten voor een periode van twaalf maanden. Het beleid maakt echter geen onderscheid in de aangetroffen hoeveelheid harddrugs, of er naast harddrugs ook wapens, geld of andere attributen worden aangetroffen of dat de woning in een wijk ligt waar veel problemen met drugs zich voordoen. Dit zijn omstandigheden die volgens vaste rechtspraak van de Afdeling echter wel gewogen dienen te worden bij de vraag of een sluiting noodzakelijk is.
Toegepast op dit concrete geval was geen ‘loop’ naar de woning waargenomen, zijn er geen wapens of een grote hoeveelheid contant geld aangetroffen en beperken de aangetroffen attributen zich tot een weegschaal met residu en verschillende verpakkingsmaterialen. Onder deze omstandigheden vervulde de woning volgens de Afdeling wel een rol binnen de keten van drugshandel, maar kan, bijvoorbeeld, niet worden gesteld dat de woning een professionele productielocatie was waarbij de kans op herhaling vanwege het professionele karakter groot is en de burgemeester om die reden heeft mogen overgaan tot sluiting van de woning voor twaalf maanden.
Het besluit tot sluiting van de woning voor twaalf maanden is dan ook onevenredig in verhouding tot de met het sluitingsbesluit te dienen doelen, maar de Afdeling acht een sluiting voor de duur van zes maanden wel evenredig.
Hoe had de Afdeling geoordeeld als het Damoclesbeleid wel meer gedifferentieerd zou zijn geweest en zou zijn ingegaan op de omstandigheden die volgens de vaste rechtspraak van de Afdeling dienen te worden gewogen (uiteraard met als uitkomst dat een sluiting voor de duur van één jaar dan zou zijn aangewezen)? Dat valt uiteraard lastig te voorspellen, maar de kans is groot dat het sluitingsbesluit dan nog steeds niet de eindstreep zou hebben gehaald. Simpelweg omdat een groot aantal ‘belastende’ indicatoren ontbreekt, en het mij lastig lijkt om een dergelijke sluitingsduur dan ‘droog’ te houden. Bij (zeer) bijzondere omstandigheden kan dit uiteraard anders worden, maar die ontbraken in dit geval.