Eis tot naleving ter bevordering van werkzaamheden met fysieke belasting

Eis tot naleving ter bevordering van werkzaamheden met fysieke belasting

Werkgevers dienen zorg te dragen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Op het moment dat de Nederlandse Arbeidsinspectie van mening is dat maatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van deze veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, kan (namens de minister) een eis tot naleving worden opgelegd. De wettelijke grondslag daarvoor is artikel 27 van de Arbowet.

In een procedure bij de rechtbank Oost-Brabant is een pakketdienst (‘eiseres’) in beroep gegaan tegen een aan haar opgelegde eis tot naleving. Deze eis was gericht op het overtreden van artikel 5.3, aanhef en onder b, van het Arbobesluit (overtreding 1) en het overtreden artikel 5.3, aanhef en onder a, van het Arbobesluit (overtreding 2). Kort gezegd richten deze bepalingen zich op de fysieke belasting van werkzaamheden. Om de wettelijke bepalingen na te leven, moest eiseres een aantal maatregelen treffen op grond van de opgelegde eis.

De rechtbank Oost-Brabant verklaart het beroep in een uitspraak van 9 juli 2026 ongegrond. Hieronder bespreek ik een aantal interessante overwegingen.

Werkgever heeft beleidsvrijheid, maar ook een verantwoordelijkheid

Allereerst zet de rechtbank uiteen dat de Arbowet erop gericht is dat de werkgever belast wordt met de zorg voor de veiligheid en de gezondheid van zijn werknemers voor alle met de arbeid verbonden aspecten. De regels die voortvloeien uit de Arbowet creëren een grote mate van beleidsvrijheid voor de werkgevers enerzijds, maar brengt anderzijds ook een verantwoordelijkheid voor werkgevers om binnen die vrijheid in de eerste plaats zelf een deugdelijke inschatting te maken van de risico’s die de arbeid voor hun werknemers met zich brengt.

Aan bewijslast is voldaan

In dit concrete geval was de minister tot de conclusie gekomen dat de risico’s onvoldoende waren geïnventariseerd en geëvalueerd. De rechtbank overweegt in dat verband dat de minister zich, bij gebrek aan een deugdelijke RI&E van eiseres zelf, op grond van zijn eigen onderzoeksbevindingen met betrekking tot de fysieke belasting van de werkzaamheden in de depots en hubs van eiseres op het standpunt kon stellen dat aanvullende maatregelen nodig waren. De feitelijke bevindingen uit dit onderzoek waren als zodanig ook niet door eiseres in twijfel getrokken. Het had op de weg van eiseres gelegen om met een eigen deugdelijke RI&E te komen met daarin een plan van aanpak en een onderbouwde uiteenzetting dat zij vindt dat zij haar verplichtingen van meet af aan al (volledig) is nagekomen. Eiseres heeft dat nagelaten en de rechtbank is, bij gebrek daaraan, van oordeel dat de minister aan zijn bewijslast heeft voldaan en met het primaire besluit tot het opleggen van de minimale eisen ten aanzien van de fysieke belasting heeft kunnen komen.

Maatregelen niet geschikt? Bal ligt bij werkgever

Daarnaast heeft eiseres kritiek geuit over de toepasbaarheid van de normen voor fysieke belasting en de methoden. De rechtbank overweegt op dit punt dat eiseres hiermee miskent dat de verantwoordelijkheden die volgen uit de Arbowet in de eerste plaats op eiseres rusten. Op het moment dat eiseres een norm of methode niet geschikt vindt, moet zij zelf met een alternatieve norm of methode komen om de risico’s op zorgvuldige wijze in kaart te brengen. Dat heeft zij niet gedaan en daarbij komt dat zij in de later opgestelde RI&E gebruik maakt van dezelfde meetmethoden als de minister.

Belangenafweging

Tot slot heeft de rechtbank overwogen dat eiseres op grote schaal gebruik maakt van arbeidskrachten. Deze arbeidskrachten verrichten hoofdzakelijk langdurig werkzaamheden met fysieke belasting. Wanneer de fysieke belasting te hoog is, dan treft dit (dus) ook veel werknemers. Om die reden kan een dergelijke werkgever, zo overweegt de rechtbank, veel minder snel dan een werkgever waarvan de werknemers slechts incidenteel fysiek belastende werkzaamheden verrichten, een beroep doen op de haalbaarheid en onevenredigheid van maatregelen. In algemene zin overweegt de rechtbank daarbij dat van pakketdiensten, zoals eiseres, aanzienlijke inspanningen en investeringen worden verwacht die de fysieke belasting van de werknemers op een aanvaardbaar niveau terugbrengen. Zo lang er geen concrete alternatieven voor de opgelegde maatregelen zijn, oordeelt de rechtbank dat het belang van het voorkomen van gezondheidsschade voor de werknemers van eiseres prevaleert boven het technische, operationele en economische belang van eiseres.