De goede procesorde geldt voor alle procespartijen, dus ook voor bestuursorganen. Verder stelt de goede procesorde niet alleen grenzen aan het aandragen van nieuwe argumenten, maar ook aan het inbrengen van nieuwe (bewijs)stukken. Weliswaar is het in beginsel mogelijk om in hoger beroep nieuwe (bewijs)stukken over te leggen, maar kan de goede procesorde wel een belemmering zijn om die stukken mee te nemen als die verwijtbaar laat komen.
Een dergelijke situatie deed zich voor in een uitspraak van de Afdeling van 1 juli jl. In deze zaak stond onder meer de al dan niet aangetekende verzending van een besluit centraal waarmee kosten van bestuursdwang werden verhaald. Zowel in bezwaar als in beroep was het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag – ook desgevraagd en na een aanhouding – niet in staat gebleken om een verzendadministratie en een envelop te overleggen waarmee deze verzending zou kunnen worden aangetoond. Eerst in hoger beroep slaagt het college erin om bij het indienen van het hogerberoepschrift, een envelop over te leggen die volgens de datumstempel al op 1 december 2022 door het college retour was ontvangen en zich dus sindsdien in het dossier bevond. Hetzelfde geldt voor het overzicht uit de verzendadministratie in verband met de verzending per gewone post.
Naar het oordeel van de Afdeling had het college deze stukken eerder kunnen en dus moeten inbrengen. Immers, deze waren al enkele jaren voorhanden en het college had eerder ook gezocht naar deze stukken. Het nu accepteren van die stukken zou maken dat het aan de wederpartij is om met feiten en omstandigheden te komen op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld of het stuk is ontvangen of aangeboden, aldus de Afdeling. De Afdeling oordeelt terecht dat dit bijna vier jaar na dato redelijkerwijs niet meer van haar worden verwacht en het college hierdoor de wederpartij ook door het college wordt benadeeld in haar bewijspositie.
Ook inhoudelijk gezien haalt het (nadere) besluit van het college de eindstreep niet. Onduidelijk is waarom meerwerk noodzakelijk was om aan de last te voldoen, en dus was ook onduidelijk of deze kosten al dan niet terecht werden verhaald. Dat het college kennelijk geen (aanvullend) verweer voerde buiten stellingen ter zitting, zal ook niet hebben meegeholpen. Kort en goed heeft het college het nodige huiswerk te doen.