Aandachtspunten bij een eis tot naleving

Aandachtspunten bij een eis tot naleving

Artikel 27 Arbowet biedt de mogelijkheid om een eis tot naleving aan een werkgever op te leggen als werkzaamheden in strijd met de Arbowet- en regelgeving worden verricht. Uit recente uitspraken van de rechtbank Noord-Holland van 14 juli 2026 volgt een aantal belangrijke aandachtspunten in geval een onderneming met een eis tot naleving wordt geconfronteerd.

 

Heroverweging

Allereerst dient het bestuursorgaan in de bezwaarfase de tweeslag te maken, zoals van toepassing bij artikel 7:11 van de Awb, in het kader van de heroverweging. Een bestuursorgaan dient zijn eerdere besluit te heroverwegen op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de heroverweging en op basis van het op dat moment geldende recht of beleid. In geval van een herstelsanctie (zoals een eis tot naleving) geldt daarbij in het bijzonder dat het resultaat van de heroverweging moet leiden tot een doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige handhaving van de desbetreffende norm.

 

Het voorgaande betekent dat i) het bestuursorgaan dient te bezien of het op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de beslissing in primo destijds terecht zijn besluit heeft genomen en ii) het bestuursorgaan feiten en omstandigheden die zich ná de eerdere weigering of oplegging van een herstelsanctie hebben voorgedaan bij zijn heroverweging dient te betrekken.

 

In het geval een onderneming na de opgelegde eis tot naleving maatregelen heeft getroffen, dient het bestuursorgaan deze maatregelen dus te betrekken bij de heroverweging in bezwaar.

 

Bij machte zijn

Een ander aandachtspunt is dat beoordeeld dient te worden of de aangeschreven onderneming daadwerkelijk bij machte is om de voorgeschreven maatregelen door te voeren. Aan dit vereiste was in een aantal beroepsprocedures niet voldaan.

 

In het kort was aan een aantal afhandelingsbedrijven een eis tot naleving opgelegd in verband met de fysieke belasting van de werkzaamheden. Een van de maatregelen die was opgelegd, was het doorvoeren van een geautomatiseerd/gemechaniseerd systeem voor het verwerken van de bagage.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de afhandelingsbedrijven niet bij machte zijn om deze maatregel door te voeren. Deze afhandelingsbedrijven hebben een overeenkomst met Schiphol voor (bijvoorbeeld) de bagageverwerking. Deze bedrijven zijn verplicht om van de door Schiphol beheerde voorzieningen gebruik te maken. Nu de bedrijven zelf dus geen wijzigingen aan de infrastructuur van de luchthaven mogen aanbrengen, zijn zij ook niet bij machte om – zoals de opgelegde maatregel voorschrijft – de bagageafhandeling volledig te automatiseren / te mechaniseren.

 

Daarbij overweegt de rechtbank ook dat de minister dient te motiveren waarom een individueel afhandelingsbedrijf, bij gebreke van een wettelijke deelnemingsbepaling als toepasbaar bij sanctiebesluiten, toch afzonderlijk bij machte zou zijn om zelfstandig een volledige automatisering door te voeren in de bagagehallen van het vliegveld.

 

Opleggen eis tot naleving bij een ander dan de werkgever

Tot slot wijst de rechtbank de minister er op dat artikel 16, lid 8, van de Arbowet de mogelijkheid biedt om bij AMvB te bepalen dat de verplichting tot naleving van bepaalde voorschriften rust op iemand anders dan de werkgever. De wetsbepaling noemt de eigenaar, beheerder, of degene die anderszins bevoegd is te beslissen over het ontwerp, de vervaardiging of het onderhoud van arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen. Uit artikel 27, lid 4, van de Arbowet volgt dat die aangewezen persoon gelijk wordt gesteld met een werkgever, als het gaat om een eis tot naleving.