Verhouding tussen bestuurlijke boete en strafrechtelijke sanctie: het una via-beginsel

Verhouding tussen bestuurlijke boete en strafrechtelijke sanctie: het una via-beginsel

Ons kantoor heeft een zelfstandige bestuurs- en strafrechtpraktijk en daarnaast combineren wij deze specialismen in zogenoemde snijvlak-zaken. Dat kennis van beide rechtsgebieden in sommige zaken van belang is, toont een recent gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Den Haag (‘rechtbank’) aan (ECLI:NL:RBDHA:2026:29425) waarin het una via-beginsel centraal stond.

Wat was er aan de hand?

Door de politie is vastgesteld dat eiser 80 à 100 kilogram illegaal vuurwerk in de kelder van zijn woning had opgeslagen.

  • Dit is een overtreding van artikel 6.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (‘Bbl’). Hiervoor heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (‘college’) een bestuurlijke boete aan eiser opgelegd.
  • Het is daarnaast een overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, namelijk artikel 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit. Hiervoor heeft eiser een strafbeschikking

Tegen de gedraging – het opslaan van illegaal vuurwerk – kan dus zowel op grond van het bestuursrecht als op grond van het strafrecht worden opgetreden. Volgens artikel 5:44, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’) kan een bestuursorgaan echter geen bestuurlijke boete opleggen indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen of een strafbeschikking is uitgevaardigd. Deze cumulatie is dus niet toegestaan. Dit wordt het una via-beginsel genoemd.

Is sprake van dezelfde gedraging?

Om te bepalen of sprake is van dezelfde gedraging, wordt onder meer gekeken naar i) de feitelijke gedraging, ii) het doel dat de overtreden bepalingen beogen te beschermen en iii) de strafmaxima.

  1. Volgens de rechtbank liggen dezelfde feiten ten grondslag aan de bestuurlijke boete en de strafbeschikking.
  2. De overtreden bepaling uit het Bbl ziet op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van personen en de omgeving. De overtreden bepaling uit het Vuurwerkbesluit ziet op de bescherming van mens en milieu. Dit komt volgens de rechtbank in belangrijke mate overeen.
  • De maximaal op te leggen bestuurlijke boete en strafrechtelijke geldboete zijn gelijk.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bestuurlijke boete en de strafbeschikking zien op dezelfde gedraging, zowel in feitelijke als in juridische zin. Er is daarom sprake van dezelfde gedraging zoals bedoeld in artikel 5:44, eerste lid, van de Awb.

Conclusie

Omdat sprake is van dezelfde gedraging, had het college in dit geval geen bestuurlijke boete mogen opleggen. Volgens artikel 5:44, tweede en derde lid, van de Awb had het college de gedraging aan de officier van justitie moeten voorleggen. Het beroep van eiser wordt daarom gegrond verklaard en eiser hoeft de bestuurlijke boete niet te betalen.

Verschil met het ne bis in idem-beginsel?

Het una via-beginsel (artikel 5:44 Awb) heeft in de kern dezelfde strekking als het ne bis in idem-beginsel (artikel 5:43 Awb en artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht). De beginselen zijn echter niet geheel hetzelfde. Zo ziet het ne bis in idem-beginsel op een dreigende cumulatie van sancties in de eigen (bestuursrechtelijke dan wel strafrechtelijke) sfeer, terwijl het una via-beginsel ziet op een dreigende cumulatie van een bestuursrechtelijke en een strafrechtelijke sanctie.