Relevantie
In een uitspraak van de Afdeling van 22 februari 2023 bevestigt de Afdeling – in lijn met de eerdere uitspraken over artikel 15 van de Dienstenrichtlijn – dat gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen ook kritisch moeten kijken naar de onderbouwing van beperkende maatregelen in wijzigingsbevoegdheden. Ook deze maatregelen moeten de evenredigheidstoets kunnen doorstaan, en zijn voorzien van een dragende motivering en onderbouwing op dit punt.

Samenvatting
De uitspraak van de Afdeling ziet op het bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’ dat enkele oudere bestemmingsplannen voor de binnenstad van Heerlen vervangt. Met het nieuwe bestemmingsplan wordt onder meer het aantal vierkante meters aan winkels en kantoren in de binnenstad door de gemeenteraad teruggebracht naar 12.000 m2. Deze vierkante meters kunnen nog verder teruggebracht worden naar 8.000 m2 op basis van een wijzigingsbevoegdheid.

De eigenaar van het plaatselijke winkelcentrum vindt de beperking onterecht en stelt dat de planregeling en de wijzigingsbevoegdheid in strijd zijn met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn dat rechtstreekse werking heeft. Dit artikel bepaalt voor zover relevant dat beperkende maatregelen moeten voldoen aan het vereiste van evenredigheid. De eigenaar stelt dat de beperking niet aan dit vereiste voldoet, omdat alle winkelruimte inmiddels is verhuurd en er dus geen noodzaak is het aantal vierkante meters te beperken. De gemeenteraad stelt zich op het standpunt dat de planregeling noodzakelijk is om onaanvaardbare leegstand in de binnenstad van Heerlen tegen te gaan, zodat de leefbaarheid verbetert.

De Afdeling beoordeelt in de uitspraak of de planregel geschikt is voor het tegengaan van onaanvaardbare leegstand in de gehele binnenstad en niet verder gaat dan nodig is. Die beoordeling vindt – conform de vaste lijn van de Afdeling – plaats aan de hand van een analyse met specifieke gegevens die de Afdeling in staat stelt om objectief te beoordelen of de planregel de toets der kritiek kan doorstaan. In dit geval acht de Afdeling de onderbouwing van de gemeenteraad op basis van een memo van BRO voldoende voor het oordeel dat de planregel zelf aan het evenredigheidsvereiste voldoet. De wijzigingsbevoegdheid in de planregels voldoet echter niet aan dit vereiste, aldus de Afdeling. Daartoe wordt overwogen dat de wijzigingsbevoegdheid slechts gebaseerd is op een indicatieve omvang van het aantal gewenste vierkant meters uit de Structuurvisie. Dit betreft geen analyse met specifieke gegevens en ook het memo van BRO bevat deze analyse voor de wijzigingsbevoegdheid niet. In het memo wordt namelijk slechts ingegaan op de minder vergaande beperking van het aantal vierkante meters. Het bestemmingsplan wordt dan ook vernietigd voor zover dit ziet op de wijzigingsbevoegdheid.

Overigens sneuvelt dit bestemmingsplan ook op andere punten vanwege strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De gemeente(raad) zal dus terug naar de ruimtelijke tekentafel moeten.

Relevantie
Op 13 januari 2023 hebben Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen bij het Europees chemicaliënagentschap (“ECHA”) gezamenlijk een restrictievoorstel voor poly- en perfluoroalkylstoffen (“PFAS”) ingediend. Daarmee is de eerste formele stap gezet voor een Europees verbod op PFAS. Doel van het restrictievoorstel is een verbod op zowel het gebruik als de productie van alle soorten PFAS om de risico’s voor mens en milieu te beperken. Het verbod zal voornamelijk gevolgen hebben voor bedrijven die werken met PFAS. Zij dienen zich hier dan ook op voor te bereiden.

Samenvatting
PFAS verspreiden zich makkelijk, zijn schadelijk voor het milieu en verdwijnen niet. Om te voorkomen dat nieuwe PFAS in het milieu terechtkomen, richt het restrictievoorstel zich op alle soorten PFAS die binnen Europa worden gemaakt of geïmporteerd (circa 6.000 soorten). Wel zal uiteindelijk in het restrictievoorstel aangegeven worden op welke PFAS het verbod – bij uitzondering – niet van toepassing is.

Met het indienen van het restrictievoorstel is de eerste fase om te komen tot een verbod op PFAS volbracht. Zodra beoordeeld is of het restrictievoorstel in overeenstemming is met de REACH-vereisten, wordt de tweede fase gestart: raadpleging over het voorstel. Het restrictiedossier wordt op 7 februari 2023 gepubliceerd door het ECHA waarna belanghebbenden binnen zes maanden kunnen reageren op het restrictievoorstel en de ondersteunende documenten. De reacties worden verwerkt waarna de wetenschappelijke commissies van ECHA hun advies opstellen.

In de derde fase wordt door de Europese Commissie een definitief restrictievoorstel gemaakt waarover de lidstaten moeten stemmen. Als het restrictievoorstel wordt aangenomen, dan treedt de wet naar verwachting in 2025 in werking. Het verbod zelf zal een paar maanden na de inwerkingtreding van de wet gaan gelden. Bedrijven die met PFAS werken, zoals onder meer de galvanische industrie, de textielindustrie, de cosmetische industrie en brandweervoorzieningen, zullen in die periode op zoek moeten gaan naar veiligere alternatieven. Voor moeilijk vervangbare toepassingen hebben bedrijven langer de tijd om een alternatief te vinden.

Afsluitend
Al met al is helder dat sinds de bewustwording van de PFAS-vervuiling het aanpakken van de emissies van PFAS hoog op de politieke agenda staat. Dit werkt niet alleen door in (Europese) wet- en regelgeving, maar ook in verscherpte vergunningverlening. Zo beoordeelt Rijkswaterstaat samen met de omgevingsdiensten en provincies of vergunningen aangescherpt dienen te worden zodat zij de gevolgen van PFAS voldoende indammen (zie daartoe ook het Kamerdossier 35.334 inzake de problematiek rondom stikstof en PFAS). Bedrijven die met PFAS werken, doen er dan ook goed aan zich bewust te zijn van de verscheidende ontwikkelingen en zich hier op voor te bereiden. Uiteraard zullen ook wij over deze ontwikkelingen berichten.