CBb vernietigt opgelegde boete, geen sprake van medeplegen

CBb vernietigt opgelegde boete, geen sprake van medeplegen

In een uitspraak van 17 februari 2026 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven stond de vraag centraal of een onderneming als overtreder kwalificeerde. Meer concreet ging het om de beoordeling of de onderneming als exploitant van verwerkte dierlijke eiwitten (VDE) kwalificeerde als medepleger nu er VDE naar een derde land (Vietnam) waren uitgevoerd.

In deze procedure stond niet ter discussie dat VDE waren uitgevoerd naar een land buiten de EU en dat deze uitvoer in de gegeven omstandigheden verboden was (exportverbod op grond van de Verordening 999/2001). Evenmin stond ter discussie dat de betrokken onderneming de VDE niet zelf feitelijk had uitgevoerd. De onderneming werd verweten betrokkenheid te hebben gehad bij de uitvoer. Deze betrokkenheid dient – in verband met gestelde nauwe betrokkenheid bij de uitvoer – gelezen te worden als medeplegen.

Beoordelingskader medeplegen

Het medeplegen is een veelvoorkomende vorm van daderschap in het strafrecht. Daarbij geldt als beoordelingskader dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen ondernemingen en/of personen. Er dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een intellectuele of materiele bijdrage van voldoende gewicht. In de kern dient het te gaan om een gezamenlijke uitvoering. Of aan deze maatstaf wordt voldaan, dient te worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. In het bestuursrecht kan eveneens sprake zijn van het medeplegen, waarbij hetzelfde beoordelingskader als in het strafrecht geldt.

Oordeel CBb

Het CBb oordeelt uiteindelijk (anders dan de rechtbank Rotterdam) dat geen sprake is van medeplegen. Daarbij overweegt het CBb dat de minister niet heeft aangetoond “dat sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen appellante en de andere betrokken (rechts)personen bij de uitvoer van de partijen VDE, zodat niet is aangetoond dat appellante de overtreding heeft medegepleegd.”

Dit oordeel wordt vervolgens nader toegelicht. Hoewel uit het rapport van bevindingen is gebleken dat het bedrijf waar de VDE volgens de handelsdocumenten naartoe zouden gaan onmogelijk een bestemming kon zijn voor VDE, oordeelt het CBb dat uit aangehaalde bepalingen in Verordeningen geen uitdrukkelijke onderzoeksplicht voor de onderneming volgt naar de locatie waar de VDE naartoe zouden gaan. Daar komt bij dat uit de boekingsbevestigingen evenmin volgt dat de partijen VDE zouden worden uitgevoerd naar een bestemming buiten de EU. Ook anderszins is met het rapport van bevindingen en de daarbij behorende bijlagen niet aangetoond dat de onderneming op de hoogte was of moest zijn van de daadwerkelijke bestemming buiten de EU van de partijen VDE.

Oordeel niet in lijn met beoordelingskader

In de onderbouwing die door het CBb wordt gegeven, wordt het beoordelingskader van het medeplegen volledig losgelaten. Het CBb betrekt bij de beoordeling slechts dat niet is aangetoond dat de onderneming wist of op de hoogte moest zijn dat de VDE de Europese Unie zouden verlaten. Cruciaal voor de beoordeling of sprake is van medeplegen, is echter de vraag of sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de onderneming een intellectuele of materiele bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. Die beoordeling komt in de uitspraak van het CBb niet terug.