De bevoegdheid van de bestuursrechter bij schadebesluiten; de kracht zit hem in de beperking

De bevoegdheid van de bestuursrechter bij schadebesluiten; de kracht zit hem in de beperking

De bestuursrechter is, buiten de gevallen genoemd in artikel 8:89 van de Awb, slechts bevoegd een verzoek om schadevergoeding te beoordelen voor zover de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000 bedraagt. De bestuursrechter is ook bevoegd om het verzoek te behandelen als de schade hoger is dan € 25.000, maar de belanghebbende zijn aanspraak op schadevergoeding bij de bestuursrechter beperkt tot € 25.000 en voor het bedrag boven de € 25.000 zich het recht voorbehoudt om een vordering strekkende tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter in te stellen.

In een uitspraak van woensdag 17 juni 2026 diende de Raad van State zich uit te laten over de vraag hoe te oordelen in een zaak waarin een rechtbank een verzoeker niet heeft gevraagd om zijn vordering van bijna € 60.000 te beperken tot € 25.000 zonder afstand te doen van zijn gepretendeerde aanspraak op het bedrag dat daarboven ligt. In plaats daarvan heeft de rechtbank de volledige vordering inhoudelijk beoordeeld en afgewezen.

Het antwoord van de Afdeling is kort maar simpel, de rechtbank heeft ten onrechte (ook) een oordeel gegeven over het bedrag van de vordering dat meer dan € 25.000 bedraagt in plaats van zich onbevoegd te verklaren. De uitspraak van de rechtbank kan dan ook geen standhouden.

Omdat de verzoeker ter zitting bij de Afdeling (desgevraagd?) heeft aangegeven zijn aanspraak op schadevergoeding te beperken tot € 25.000, komt de Afdeling alsnog aan de inhoud van de zaak toe. Dit helpt de verzoeker uiteindelijk echter niet, omdat de Afdeling (ditmaal wel in lijn met de rechtbank) oordeelt dat de verzoeker de gestelde schade niet op objectieve en verifieerbare wijze aannemelijk heeft gemaakt en niet aan de op hem rustende bewijslast in dit verband heeft voldaan.