Gedoogbeslissing alleen mogelijk bij een overtreding

Gedoogbeslissing alleen mogelijk bij een overtreding

In een uitspraak van 11 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1402) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) onder verwijzing naar vaste rechtspraak geoordeeld dat een gedoogbeslissing een brief is van een bestuursorgaan waarin staat dat volgens het bestuursorgaan sprake is van een overtreding, waartegen het bestuursorgaan vooralsnog niet handhavend optreedt.

Wat hieraan voorafging

In de zaak die aanleiding was voor deze uitspraak, heeft de burgemeester van Tilburg (‘burgemeester’) op 12 september 2016 een brief gestuurd aan de stichting Patiënten Groep Medicinale Cannabis Gebruikers (‘de Patiënten Groep’) waarin stond dat hij onder bepaalde voorwaarden het telen van medicinale cannabis toestaat. Eén van deze voorwaarden was onder meer dat niet meer dan vijf planten geteeld mogen worden. In de brief stond verder dat deze lijn was afgestemd met de politie en het Openbaar Ministerie (‘OM’).

In 2021 heeft de burgemeester de gang van zaken rondom het telen van medicinale cannabis geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een brief van 12 mei 2022, waarin de burgemeester heeft laten weten geen reden te zien om af te wijken van de regeling dat in het geval van het telen van maximaal vijf hennepplanten niet bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd. Volgens de burgemeester is dit ook in overeenstemming met de beleidsregels over artikel 13b van de Opiumwet (het Damoclesbeleid). Tot slot heeft de burgemeester in de brief meegedeeld dat hij geen invloed heeft op het beleid van de politie, het OM en de woningcorporaties en dat zij een eigen afweging maken.

Volgens de Patiënten Groep is de brief van 12 september 2016 een gedoogbeslissing en is deze gedoogbeslissing met de brief van 12 mei 2022 ingetrokken.

Oordeel Afdeling

De Afdeling oordeelt, net als de rechtbank, dat de brief van 12 mei 2022 niet als een gedoogbeslissing kan worden gekwalificeerd en ook niet als een intrekking van een gedoogbeslissing. Een gedoogbeslissing heeft namelijk het karakter van een – al dan niet voorwaardelijke – toezegging van het bestuursorgaan dat het vooralsnog niet tot handhavend optreden overgaat. Daarvoor is vereist dat sprake is van een overtreding. Zonder overtreding kan dus van een gedoogbeslissing geen sprake zijn.

Een dergelijke toezegging staat niet in de brieven van 12 mei 2022 en 12 september 2016. De burgemeester wijst er in beide brieven juist op dat hij van mening is dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 13b van de Opiumwet. De bevoegdheid om op te treden ontbreekt namelijk wanneer er op kleine schaal cannabis wordt gekweekt. De woorden “daartoe aanwezig” uit artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet maken dat er geen sprake is van een overtreding bij de enkele aanwezigheid van drugs in een pand als er geen handelsoogmerk is.

Volgens de Afdeling is de brief van 12 mei 2022 overigens ook niet aan te merken als een bestuurlijk rechtsoordeel, omdat de brief tot eenieder is gericht en niet tot een of meer concrete personen. Hierdoor komt de Afdeling niet meer toe aan de vraag of sprake is van een uitzonderlijk geval waardoor het bestuurlijk rechtsoordeel met een besluit moet worden gelijkgesteld, zodat rechtsbescherming open zou komen te staan voor de Patiënten Groep.

Ten overvloede

Waar het de Patiënten Groep vooral om te doen was, is het feit dat in de brief van 12 mei 2022 niet meer staat dat de burgemeester heeft afgestemd met de politie en het OM. Hierover merkt de Afdeling ten overvloede op dat het in een bestuursrechtelijke procedure over een bestuurlijk rechtsoordeel niet mogelijk is om af te dwingen dat de burgemeester met de politie en het OM afspraken maakt. De feitelijke bescherming die de Patiënten Groep van de burgemeester verlangt, had zij daarom ook als de brieven van de burgemeester wel als bestuurlijk rechtsoordeel waren aangemerkt met deze procedure niet kunnen bereiken.