Matiging schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn

Matiging schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn

Ook de Centrale Raad van Beroep is volledig ‘om’. In procedures waarin sprake is van een belang van minder dan € 1.000,- wordt bij een overschrijding van de redelijke termijn met minder dan twaalf maanden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Bij een financieel belang van minder dan € 1.000,- en een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden zal de Centrale Raad voortaan beslissen naar bevind van zaken. De Centrale Raad kwam eerder al tot een dergelijk oordeel in zaken waarin het uitsluitend ging om toekenning van proceskosten, maar deze lijn ziet volgens een recente uitspraak nu ook op meer inhoudelijke geschilpunten.

Reden voor het volledig ‘omgaan’ van de Centrale Raad, is de constatering dat in toenemende mate procedures gevoerd worden over een relatief gering financieel belang in de hoop en verwachting een vergoeding van immateriële schade en een daaraan gekoppelde vergoeding van proceskosten te verkrijgen vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Na deze vaststelling zoekt de Centrale Raad aansluiting bij (inmiddels) vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat bij een overschrijding van de redelijke termijn met minder dan twaalf maanden een gering financieel belang een uitzondering kan vormen op de regel dat een persoon immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie.

Wel maakt de Centrale Raad een uitdrukkelijk en niet onbelangrijk voorbehoud. De specifieke aard van zaken die spelen in het sociaal domein kunnen leiden tot situaties waarin wordt afgeweken van deze uitgangspunten en dus geen uitzondering wordt aangenomen.

Mijns inziens is dit een terechte nuancering. Enerzijds omdat voorstelbaar is dat een relatief gering bedrag toch een grote belasting vormt voor een persoon gelet op zijn of haar inkomenssituatie of anderszins kwetsbare positie. Anderzijds omdat – bijvoorbeeld waar het gaat om bijzondere bijstand voor bijzondere kosten of duuraanspraken – juist vanwege deze aard van de kosten sprake kan zijn van aan groot belang dan niet altijd alleen maar in geld valt uit te drukken.