RI&E en vrijwilligers

Artikel 5, eerste lid, van de Arbowet schrijft kort gezegd de verplichting voor dat een werkgever de risico’s, die de arbeid voor werknemers met zich brengt, schriftelijk inventariseert en evalueert.

Geldt deze verplichting echter ook voor vrijwilligers?

De rechtbank Amsterdam gaat in het vonnis van 9 april 2026 in op deze vraag. Het betreft een strafzaak tegen een duikverenging, waarbij een lid van deze vereniging als vrijwilliger duikinstructie gaf aan (nieuwe) leden. Tijdens het geven van een dergelijke instructie is de vrijwilliger overleden.

De rechtbank overweegt allereerst dat de duikvereniging geen werkgever is zoals bedoeld in de Arbowet, maar dat op basis van artikel 9.5a van het Arbobesluit ‘degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn’ ook verplicht is om zich te houden aan verschillende voorschriften van de Arbowet en het Arbobesluit die gelden voor werkgevers.

Meer specifiek ten aanzien van de RI&E oordeelt de rechtbank dat de verplichting uit artikel 5, eerste lid, Arbowet in het licht van artikel 9.5a Arbobesluit enkel geldt indien het arbeid betreft met gevaarlijke stoffen en biologische agentia. De verplichting om een RI&E op te stellen bij werkzaamheden door vrijwilligers, geldt dus slechts in zeer specifieke gevallen.

In deze strafzaak was geen sprake van arbeid met gevaarlijke stoffen en biologische agentia. Om die reden spreekt de rechtbank de duikvereniging op dit onderdeel vrij. De vereniging was namelijk wettelijk niet verplicht om een RI&E op te stellen.