In de welbekende uitspraak van 16 juli 2025 heeft de Afdeling uitgangspunten geformuleerd waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van de evenredigheid van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Deze uitgangspunten gelden – waar van toepassing – niet alleen voor woningen maar ook voor lokalen zoals een coffeeshop.
Tijdsverloop is een van deze uitgangspunten. Als sprake is van een (fors) tijdsverloop zal door een burgemeester moeten worden beoordeeld of een sluiting nog redelijkerwijs zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kunnen deze doelen namelijk uit zicht raken of niet meer of minder relevant worden. Als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is een sluiting ongeschikt. Denk hierbij aan de situatie dat de woning of het lokaal inmiddels een nieuwe huurder heeft of geen nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden.
De beoordeling van tijdsverloop bij de besluitvorming dient dus niet alleen terug te komen in de sluitingsduur, maar dient daaraan vooraf te gaan. Is een sluiting überhaupt nog aangewezen gelet op het tijdsverloop en de doelen die bijvoorbeeld volgen uit het gemeentelijk beleid? Pas als die hobbel is genomen, komt de vraag in beeld welke sluitingsduur is aangewezen.
Een besluit van de burgemeester van de Gemeente Tiel tot sluiting van een coffeeshop dat pas één jaar na een constatering volgde, kon dan ook (terecht) de kritiek van de Afdeling niet doorstaan in een uitspraak van 21 januari 2026. Uit het dossier volgde namelijk verder geen (onderbouwing van de) noodzaak tot sluiting, zodat de Afdeling het middel van een sluiting niet (langer) geschikt achtte. Dat van een sluiting een signaalfunctie uitgaat is op zichzelf juist, maar is onvoldoende indien er geen kenbare omstandigheden zijn waarom een dergelijk signaal nodig is, aldus de Afdeling.