Kan worden opgekomen tegen een besluit van de gemeenteraad waarmee een APV-bepaling wordt gewijzigd? Uitgangspunt is dat dit alleen mogelijk is als de gewijzigde APV-bepaling een concretiserend besluit van algemene strekking is en dit niet mogelijk is als sprake is van een algemeen verbindend voorschrift. Tegen een algemeen verbindend voorschrift kan immers op grond van de artikelen 7:1, eerste lid, en artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb geen bezwaar worden ingediend.
Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een algemeen verbindend voorschrift, is van belang of sprake is van een zelfstandige normstelling in regels die een algemeen karakter hebben en niet enkel het toepassingsbereik van die norm bepalen naar objecten, personen plaatsen en/of tijden. Is sprake van deze zelfstandige normstelling dan is sprake van een algemeen verbindend voorschrift en staat geen (rechtstreeks) bezwaar of beroep open. Dit vraagt om een goede lezing en duiding van de bepaling waartegen wordt opgekomen.
In een uitspraak van de Raad van State van 20 mei 2026 lag de vraag voor hoe een besluit van de gemeenteraad van de gemeente Almelo tot wijziging van een APV-bepaling moest worden gekwalificeerd. Meer specifiek had de gemeenteraad besloten om aan exploitatievergunningen voor coffeeshops een maximale duur te verbinden. Dit had tot direct gevolg dat de twee coffeeshops die de gemeente rijk is een nieuwe vergunning dienden aan te vragen. Om begrijpelijke redenen waren zij het hiermee niet eens en dienden zij zowel bezwaar in tegen het besluit van de gemeenteraad, als tegen een brief van de burgemeester waarin zij op de gevolgen van de wijziging werden gewezen.
Met de rechtbank is de Raad van State van oordeel dat de APV-bepaling een algemeen verbindend voorschrift is omdat (kort gezegd) sprake is van een zelfstandige normstelling. Dat feitelijk gezien alleen de twee coffeeshops werden geraakt door deze wijziging, maakt dit volgens de Afdeling niet anders. Dit doet namelijk niet af aan het algemene karakter van de APV-bepaling zelf. Omdat de brief van de burgemeester verder uitsluitend informatief van aard was, was deze niet gericht op zelfstandig rechtsgevolg. Het rechtsgevolg – dat de oude vergunningen van rechtswege zouden vervallen behoudens een nieuwe aanvraag – volgde namelijk uit de APV-bepaling.
Omdat geen sprake was van een voor bezwaar of beroep vatbaar besluit (APV-bepaling) of van een besluit (informatiebrief), staat volgens de Afdeling geen bezwaar of beroep open. Uiteraard kan wel tegen een besluit op grond van de gewijzigde APV-bepaling worden opgekomen en kan dan over de band van de exceptieve toets deze bepaling ter discussie worden gesteld. Omdat van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt, ziet de Afdeling tot slot geen aanleiding om een bijzondere situatie aan te nemen waarin vanuit het oogpunt van effectieve rechtsbescherming de informatiebrief met een besluit gelijk wordt gesteld.