Zorgplicht en detentie bij woningsluitingen

Zorgplicht en detentie bij woningsluitingen

Het enkele feit dat een persoon die een woning aan een ander heeft (onder)verhuurd in detentie zit, maakt volgens de Afdeling in een uitspraak van 28 januari 2026 niet dat deze persoon niet kan beschikken over die woning of ontslagen is van de (basis)zorgplicht om een zekere mate van toezicht te houden op het gebruik van de woning.

Uit de uitspraak van de Afdeling volgt dat een gedetineerde zijn woning had onderverhuurd aan een goede vriend. In de kelder van de woning werd tijdens deze onderverhuur een hennepkwekerij aangetroffen, die onder toepassing van spoedeisende bestuursdwang direct is ontmanteld. De kosten vanwege deze spoedeisende bestuursdwang zijn door het college van de Gemeente Rotterdam op de gedetineerde als overtreder verhaald.

Alhoewel de uitspraak van de Afdeling (erg) kort is, lijkt de Afdeling ten aanzien van de beschikkingsmacht met name betekenis toe te kennen aan i) de huurovereenkomst op naam van de gedetineerde, ii) het feit dat het energiecontract nog op zijn naam stond en iii) zijn inschrijving in de BRP op het adres van de woning ondanks dat de detentie al geruime tijd duurde.

Omdat sprake was van beschikkingsmacht, had de gedetineerde (ook) een zorgplicht om zich over het goede gebruik van de woning te informeren. Uit de uitspraak volgt niet of sprake was van eerdere signalen of aanwijzingen dat misbruik van de woning werd gemaakt, zodat de Afdeling van een (basis)zorgplicht lijkt uit te gaan. De gedetineerde had – bijvoorbeeld – aantoonbaar toezicht kunnen houden op het gebruik van de woning, door contact te houden met de vriend en de woning regelmatig te (laten) inspecteren.

Alhoewel uit de uitspraak niet (goed) volgt wat de feitelijke situatie was, lijkt de Afdeling in deze uitspraak de lat wel erg hoog te leggen. Dat de gedetineerde beschikkingsmacht had over de woning kan wellicht nog worden gevolgd, maar of het voor hem vanwege zijn detentie ook feitelijk en praktisch gezien nog mogelijk was om toezicht te houden op de woning is voor mij wel de vraag. Los van het feit dat de detentie het moeilijk maakt om contact te houden met personen, is het voor een derde ook niet zonder meer mogelijk om een woning te inspecteren. Hij of zij mag langs een woning lopen, maar deze niet zonder meer betreden.